Argumenteren is het toepassen van logica op uitspraken om daarmee iets te bewijzen. We argumenteren dagelijks om onszelf of om anderen te overtuigen. De onderstaande ’theorie’ helpt bij het opzetten van een goede argumentatie.
Logisch redeneren
Een logische redenering is opgebouwd uit uitspraken: één of meer premissen (stellingen) en een daaruit volgende conclusie. Voorbeeld:
Van premissen kunnen we zeggen dat ze waar zijn; van redeneringen kunnen we zeggen dat ze geldig zijn. Merk op dat de geldigheid van een redenering niets zegt over de waarheid van de premissen. Voorbeeld:
Bij een goede argumentatie gaat het dus om de waarheid van de premissen en de logische geldigheid van de redenering.
Logische misvattingen
Er zijn veel logische misvatttingen die veelal zijn terug te brengen tot een aantal basisvormen. We noemen er hier enkele:
Non sequitur (het volgt er niet uit)
De conclusie volgt niet logisch uit de premissen. Bijvoorbeeld:
Ad hominem (op de man spelen)
Iemand in een kwaad of gunstig daglicht stellen om de argumentatie te onderbouwen:
Maar ook:
Of nog subtieler (en vaak gebruikt om te overtuigen):
Post hoc/cum ergo propter hoc (hierna/met, daarom hierdoor)
Oorzaak en gevolg toekennen aan twee verschijnselen die zich beide (tegelijkertijd) voordoen. Ook wel: een statistisch verband (correlatie) aanzien voor een causaal verband. Voorbeeld:
Drogredenen
In feite is dit een verzamelnaam voor alle foutieve redeneringen, inclusief de bovenstaande. Bijvoorbeeld: ‘De waarheid zal wel in het midden liggen.’ Nog afgezien van het feit dat vaak niet duidelijk is wat de uitersten zijn die het midden bepalen, is er ook geen enkele dwingende reden om aan te nemen dat dit altijd waar is – ook al kan het in voorkomende gevallen erg voor de hand liggen. Drogredenen komen ook vaak voor in discussies over hoe iets is of zou moeten zijn: evolutie of creationisme, het bestaan van God, euthanasie.
Redeneerschema’s
In de praktijk gaat het uiteraard niet altijd om twee premissen met een conclusie: er kan een ingewikkelde boomstructuur ontstaan waarbij subpremissen leiden tot een subconclusie die op zijn beurt weer een premisse is voor een andere conclusie. Daarnaast zijn er nog andere complicerende factoren zoals premissen die niet absoluut waar zijn, maar alleen een kans aangegeven: ‘roken verhoogt de kans op longkanker’ in plaats van ‘roken veroorzaakt longkanker’.
- Podcasts over logische misvattingen en andere zaken: www.kritischdenken.info.
- Jos Kessels, Erik Boers en Pieter Mostert, Vrije ruimte – Filosoferen in organisaties, Amsterdam, Boom (bij deze uitgave is ook een Praktijkboek verkrijgbaar, zie ook www.hetnieuwetrivium.nl).
- Timo ter Berg, Tim van Gelder, Fiona Patterson, Kritisch denken, Pearson Education Uitgeverij (zie ook www.kritischdenken.nl, o.a. voor programmatuur voor redeneerschema’s).
- Arne Naess, Elementaire argumentatieleer, Baarn, Ambo.
- Quintilianus, De opleiding tot redenaar, Groningen, Historische Uitgeverij (oorspronkelijk ‘Institutio oratoria’ uit de eerste eeuw van onze jaartelling – vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Piet Gerbrandy).