Presenteren

PrPauwesenteren begint met het nadenken over uw publiek. Wat wilt u bij de doelgroep bereiken? Wat moeten ze zich volgende week nog herinneren? PowerPoint komt pas het laatst, en soms is dat niet eens nodig. Een minicursus…

Doelstelling

  • Wat wilt u met uw presentatie bereiken?
  • Wat wilt u de deelnemers in ieder geval meegeven?
  • Is een presentatie wel de juiste vorm?
  • Bent u wel de aangewezen persoon?

Doelgroep

  • Wie zijn de toehoorders? Wat speelt er in hun omgeving?
  • Wat verwachten ze van u?
  • Wat is hun niveau en voorkennis?
  • Is het een homogene groep of moet u verschillende groepen ‘bedienen’?
  • Delen ze het probleem dat u naar voren brengt, of moet u ze daar nog van overtuigen?

Betoog

  • Hoeveel tijd heeft u beschikbaar? De presentatie vraagt bijna altijd meer tijd dan u van te voren dacht.
  • Welk deel van de beschikbare tijd besteedt u aan het beantwoorden van vragen?
  • Scherp uw doelstelling zonodig aan. Liever te kort dan te lang.
  • Kies enkele (maximaal 5) hoofdonderwerpen.
  • Vragen tussendoor of achteraf? Maak dat straks ook uw publiek duidelijk.
  • Maak de inleiding niet te lang, kom snel ter zake.
  • Zorg voor een samenvatting of uitsmijter aan het einde.
  • Maak een mindmap om de presentatie voor te bereiden (laat u niet meteen afleiden door de layout en de techniek van PowerPoint).

Interactiviteit

  • Interactie met het publiek is bij kleine groepen eenvoudiger, maar ook bij grotere groepen zijn er mogelijkheden.
  • Stel een vraag of poneer een stelling en laat het publiek reageren met handopsteking of stemkaarten (eerst ‘ja’, dan ‘nee’).
  • Geef een kleine opdracht. Vraag het publiek die met de buurman/vrouw te bespreken en vraag daarna reacties.
  • Gebruik een flipover om tijdens het betoog iets te noteren of te tekenen. Gebruik bij tekst een zwarte of blauwe stift en schrijf in hoofdletters.
  • Gebruik de vragende vorm: “Hoe hebben we dit aangepakt?” “Wat is nu het probleem?” Kan ook bij titels van dia’s in PowerPoint.

Beeld en geluid

  • Neem een (vreemd) voorwerp mee, leg dat zichtbaar neer, wek op die manier vragen op en licht dit (bijvoorbeeld) pas aan het einde van uw presentatie toe.
  • Gebruik illustraties, foto’s en filmpjes (YouTube) bij uw presentatie.
  • Ga na of uw PowerPoint wilt gebruiken. Dat werkt vaak uitstekend als ondersteuning bij uw betoog. Maar soms is zonder beter, ook al vraagt dat wat durf?
  • Heeft u een groot (mega)scherm tot uw beschikking of een kleiner scherm? Dat kan nogal wat uitmaken voor het zichtbaar maken van details.
  • Maak ‘live’ uitstapjes naar internet.

Duo-presentatie

  • Een presentatie met twee personen kan voor het publiek heel levendig zijn.
  • Zorg dat u goed op elkaar bent ingespeeld.
  • Voorkom snelle afwisselingen volgens een vast patroon. Uw publiek krijgt dan het gevoel naar een tenniswedstrijd te kijken.

Voorbereiding

  • Oefen de presentatie enkele keren. Zorg dat u grote delen uit het hoofd kunt doen.
  • De opening moet u zeker uit uw hoofd kunnen doen, al was het alleen maar om lekker op gang te komen.
  • Meet de tijd. Let op: in werkelijkheid duurt het altijd nog weer langer.
  • Gebruik trefwoorden, kaartjes of een PowerPoint-presentatie als geheugensteuntje.
  • Zorg dat het publiek de hoofdlijn van het betoog kan blijven vasthouden. Nummer bijvoorbeeld in PowerPoint de onderwerpen of laat het overzichtje steeds weer even terugkomen.
  • Presenteer (ingewikkelde) plaatjes of schema’s niet in één keer, maar bouw ze langzaam op (flipover of PowerPoint).

Uw podium

  • Een grote ruimte met een groot publiek vraagt uiteraard om een andere voorbereiding dan een kleine ‘setting’.
  • Controleer vooraf de voorzieningen als microfoon en presentatiemogelijkheden (beeld en geluid).
  • Aarzel niet om de ‘setting’ wat aan te (laten) passen. Schuif die plantenbak weg als deze volgens u in de weg staat.
  • Met een mobiele microfoon (beugeltje aan uw hoofd of vastgeklemd op kleding) kunt u vrij bewegen.
  • Met een (extra) loopmicrofoon kunt u ook het publiek voor iedereen hoorbaar aan het woord laten.
  • Zorg voor een goede uitlichting: men moet uw gezicht goed kunnen zien en een projectiescherm moet niet door lampen worden verlicht.
  • Gebruikt u internet? Ga na of de verbinding werkt. Voor alle zekerheid: filmpjes vooraf downloaden (YouTube downloader).
  • Zorg dat u de tijd kunt zien zonder steeds op uw horloge te moeten kijken.

Plankenkoorts

  • Zorg dat u op tijd bent en alvast kunt wennen aan de ruimte en de omgeving.
  • Vertrouw op uw voorbereiding. U merkt uw eigen zenuwen vaak meer dan wat voor anderen zichtbaar is. Vraag maar na!
  • Goed is genoeg, perfect is niet nodig. Probeer niet meteen al deze tips toe te passen.

Daar gaat-ie

  • Praat rustig en met afwisseling in toon en zinsopbouw.
  • Vermijd stopwoordjes. Vraag vooraf bij een collega eens na of u die hebt.
  • Kijk het publiek aan verleg uw blik naar alle richtingen van de zaal.
  • Let op non-verbale signalen: blijft men u volgen?
  • Houd de tijd in de gaten, maak zonodig een ‘versnelling’ en deel dat eventueel mee aan uw publiek.
  • Blijf bij uzelf, maar zoek wel de grenzen op in wat u met uw publiek kunt doen.
  • Maak duidelijk hoe men na afloop contact met u kan opnemen.
  • Laat een eventuele PowerPoint-presentatie niet achter op een laptop of PC die niet van u is.

Na afloop

  • Stel de presentatie ook digitaal beschikbaar, bijvoorbeeld in de vorm van een niet als presentatie te kopiëren pdf-bestand.
  • Vraag feedback en maak daarvan notities voor een volgende keer.
  • Ga na of uw doelstelling is bereikt.
  • Ga na of de presentatie goed is verlopen.
  • Analyseer uw successen en probeer deze te verbreden.
  • Onderzoek uw ontwikkelpunten, kies de belangrijkste en neem die een volgende keer mee.
  • En ‘last but not least’: blijf ook kijken hoe anderen het doen.

 
Reacties

Nog geen reacties.