De stroming van het modernisme vindt zijn oorsprong in de 18e-eeuwse Verlichting. In deze periode komt de gedachte van een rationele mens in een objectief waarneembare werkelijkheid centraal te staan. Dat laatste noemt men ook positivisme. De werkelijkheid wordt als maakbaar gezien, wat later nog eens wordt versterkt door de industriële revolutie en de technologische vooruitgang.
Het postmodernisme is de tegenstroming van het modernisme. Een tegenstroming overigens, die niet alleen van deze tijd is: we vinden de gedachten al terug in bijvoorbeeld de romantiek van Rousseau. Het postmodernisme kan worden getypeerd als het 'einde van het triomfalisme': sommige werkelijkheden zijn principieel chaotisch; hiervoor zijn planmatige en rationele oplossingen ontoereikend. En in samenhang daarmee: er is niet één werkelijkheid, maar mensen maken samen hun eigen gemeenschappelijke definitie van de situatie.

De voorbeelden hieronder zijn in wezen niet postmodern, maar geven wel een beeld van de typisch andere invalshoek.
- Bij de spoorwegen overwegen sommigen een spoorwegnet met een goed georganiseerde treinenloop op korte trajecten; de reiziger 'knoopt' zelf zijn trajecten aan elkaar. Men laat de ambitie los om lange reizen te plannen van A naar B met geplande overstappen.
- Velen zoeken informatie via een zoekmachine als Google. Een methode die soms sneller meer resultaat oplevert, dan bij het raadplegen van een traditionele gesystematiseerde catalogus.
- Bij defensie blijkt het inzetten van een 'zwerm' van simpele, zelfstandig opererende eenheden in plaats van een centraal geleide operatie vaak effectiever om de vijand te bestrijden.
- De internet-encyclopedie Wikipedia werkt zonder een vooropgezet plan en iedereen kan informatie toevoegen en wijzigen. Toch blijkt de informatie uit deze encyclopedie minder fouten te bevatten dan een traditioneel opgezette encyclopedie met een grote groep (eind)redacteuren.
Het postmodernisme kent ook concrete toepassingen binnen organisaties (zie literatuurverwijzingen):
- Enkele onderzoekers benaderden problemen rond ziekteverzuim postmodern: ze probeerden niet een objectief beeld van de werkelijkheid te presenteren, maar zochten samen met het 'veld' naar een gemeenschappelijke definitie van de situatie. Daarbij wilden ze meer recht doen aan het complexe probleem van ziekteverzuim dat vele oorzaken kent.
- Sommige wetenschappers kiezen een postmodern uitgangspunt bij ICT en informatiemanagement: ze gaan ervan uit dat er geen objectieve informatiebehoefte is, maar dat deze wordt bepaald door medewerkers in de organisatie die samen een gemeenschappelijke definitie van hun (informatie)situatie vaststellen. Informatiemanagement wordt gezien als een 'sociale wetenschap'.
Postmodernisten presenteren geen eindconclusie: zij vragen aandacht voor de dialoog; er is immers niet één goede of slechte benadering. Postmoderne benaderingen lijken wel het meest vruchtbaar in complexe en dynamische omgevingen.
|