Maken de modellen waar wat ze beloven? Toepassen van modellen leidt niet altijd automatisch tot verbeteringen. Het 'beheersen' krijgt vaak meer aandacht dan de 'betrokkenheid' van de mensen die het succes toch uiteindelijk moeten maken.
Enkele kenmerken die erop kunnen wijzen dat een model in uw organisatie de boventoon is gaan voeren:
- Veel aandacht voor een 'award', certificaat of erkenning zonder dat duidelijk is hoe dit tot een beter presenterende organisatie leidt. "Als we het papiertje maar weer halen."
- Het model viert hoogtij bij formele audits en beoordelingen. Daarna blijft het weer stil en 'gaat iedereen weer gewoon aan het werk'.
- Alle aspecten van de bedrijfsvoering worden opgehangen aan het model, zonder te onderzoeken of het daar wel voor bedoeld was.
- Veel aandacht voor het beheersen van het model, veel bureaucratie, gespecialiseerde medewerkers die aan 'modelexegese' doen. De medewerker op de werkvloer kan het zonder uitleg niet begrijpen.
- De organisatie richt zich op het 'bevredigen' van het model. Er worden 'successen' geboekt waar 'stakeholders' niets van merken.
- Het model wordt aangevoerd als een reden om iets wel of niet te doen. Het model wordt als de enige oplossing gezien. Het management kan er ook moeilijk op terugkomen: "We hebben grote slagen gemaakt, maar we zijn er nog niet."
Alternatief voor een standaard confectiemodel kan een eenvoudig op maat gesneden systeem voor strategisch prestatiemanagement zijn:
- De eigen strategie en doelstellingen staan centraal.
- Strategische uitgangspunten zijn vertaald naar kritische succesfactoren en een beperkte set prestatiecriteria.
- Indicatoren hebben eigenaars die trots zijn bij successen en urgentiebesef tonen bij minder positieve resultaten.
|