Accreditatie onderwijs (I)

Het systeem van overheidsaccreditatie is in 2002 ingevoerd voor het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo) - tegelijk met de introductie van het bachelor-master stelsel (BaMa). Met ingang van 2011 is het stelsel vernieuwd om de administratieve last te verminderen en meer nadruk te leggen op de inhoudelijke onderwijskwaliteit en een kwaliteits-cultuur. Het stelsel gaat uit van accreditatie van opleidingen, niet van instellingen. Wanneer instellingen kiezen voor een instellingstoets kwaliteitszorg is een beperkte opleidingsbeoordeling mogelijk. Zonder instellingstoets geldt de uitgebreide opleidingsbeoordeling. In Nederland en Vlaanderen waarborgt de Nederlands-Vlaamse Accreditatie-organisatie (NVAO) de kwaliteit van opleidingen in het hoger onderwijs. Geaccrediteerde opleidingen zijn ingeschreven in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO).

Beoordelingskaders
In het accreditatiestelsel wordt gewerkt met zes beoordelingskaders: 1) Instellingstoets kwaliteitszorg. 2) Beperkte opleidingsbeoordeling. 3) Uitgebreide opleidingsbeoordeling. 4) Beperkte toets nieuwe opleiding (TNO). 5) Uitgebreide toets nieuwe opleiding (TNO). 6) Beoordeling bijzonder kenmerk. De kaders zijn afgeleid van de European Standards and Guidelines (ESG) van de European Association for Quality Assurance in Higher Education (ENQA). Hieronder worden de kaders 1, 2 en 3 samengevat weergegeven. Het volledige Beoordelingskader is te vinden via de site van de NVAO.

Instellingstoets kwaliteitszorg
Een instelling voor hoger onderwijs kan een instellingstoets kwaliteitszorg aanvragen wanneer minimaal 50% van de opleidingen door de NVAO is geaccrediteerd. Opleidingen van die instelling hebben dan meteen te maken met de beperkte opleidingsbeoordeling. De instellingstoets dient binnen drie jaar plaats te vinden. De binnen die periode verkregen opleidingsaccreditaties zijn drie jaar geldig. Bij een positief resultaat van de instellingstoets worden de opleidingsaccreditaties verlengd tot zes jaar. Het beoordelingskader voor de instellingstoets kent vijf zogenaamde standaarden.

Beoordelingskader Instellingstoets kwaliteitszorg

De beoordeling wordt gebaseerd op een documentenonderzoek en een visitatie (audit) van twee tot vijf dagen:

  • De beoordeling wordt uitgevoerd door een NVAO-panel dat eerst een bestuurlijk overleg voert met de instelling.
  • Het panel stel een accreditatierapport op dat ondermeer is gebaseerd op bestaande accrediatierapporten en de uitgegeven 'side letters'.
  • De instelling schrijft in maximaal 50 pagina's een kritische reflectie aan de hand van de standaarden waarmee wordt aangetoond dat de instelling 'in control' is over kwaliteit opleidingen. Daarin worden zowel sterke als zwakke punten opgenomen (ook gegevens van 'rankings').
  • Vervolgens brengt het auditpanel een verkennende visitatie aan de instelling waarin met vertegenwoordigers van bestuur, staf, docenten, studenten en eventueel het beroepenveld wordt gesproken. Er is ook een 'open spreekuur' (!) dat vooraf moet worden aangekondigd.
  • Binnen twee tot vier weken volgt een verdiepende visitatie waarin zogenaamde 'verticale audit trails' (breed aandachtsgebied bij enkele opleidingen) en 'horizontale audit trails' (smal aandachtsgebied bij meerdere opleidingen) worden gevolgd.
  • Het auditpanel stelt vervolgens een adviesrapport op. Mogelijke uitkomsten van beoordeling zijn: 1) Positief: de instellingstoets is dan zes jaar geldig. 2) Positief onder voorwaarden: geldigheid van één jaar, beperkt regime voor opleidingen gehandhaafd, er is een jaar verbetertijd. 3) Negatief: geldigheid minimaal drie jaar, een eventueel beperkt regime voor opleidingen vervalt (er volgt een aanvullende beoordeling voor reeds geaccrediteerde opleidingen). Beslisregels: visie (standaard 1) en verbeterbeleid (standaard 4) moeten voldoende zijn. Zie verder Beoordelingskader, paragraaf 9.2.

Beperkte opleidingsbeoordeling
Een (positieve) instellingstoets gaat samen met een beperkte opleidings-beoordeling. Het beoordelingskader kent drie standaarden.

Beperkte opleidingsbeoordeling

De beoordeling wordt gebaseerd op een documentenonderzoek en een visitatie van (in beginsel) één dag:

  • Voor de beoordeling stelt de opleiding zelf een auditpanel samen dat door de NVAO moet worden goedgekeurd. In het panel dienen minstens twee domeindeskundigen en een student te zijn opgenomen.
  • Opleidingen kunnen de samenstelling van een auditpanel ook uitbesteden aan een Evaluatiebureau, bijvoorbeeld bij de voormalige 'Visiterende en Beoordelende Instanties' (VBI's) waarvoor in het huidige stelsel geen formele rol meer is weggelegd.
  • De opleiding schrijft een kritische zelfreflectie aan de hand van de standaarden van maximaal 25 pagina's. Daarin komen o.a. student- en docenttevredenheid aan de orde, evenals sterke en zwakke punten, ambities en verbetermaatregelen n.a.v. de vorige visitatie.
  • Het auditpanel doet een steekproef uit afstudeerwerk en spreekt tijdens de visitatie met management, studenten, docenten, alumni en eventueel vertegenwoordigers van het beroepenveld.
  • In het beoordelingsrapportgeeft het panel haar beoordeling: accrediteren (voor een periode van zes jaar), niet accrediteren of een herstelperiode. Toetsen (standaard 3) dient in ieder geval voldoende te zijn.
  • In mei 2011 is de Kamer benaderd met een voorstel voor een herstelperiode die het panels mogelijk moet maken een onvoldoende te geven en zo 'krachtig door te pakken'. Bij een onvoldoende voor standaard 2 geldt een herstelperiode van maximaal twee jaar, voor standaard 3 is dat maximaal een jaar, en voor standaard 1 is er geen herstelperiode (het ambitieniveau moet op orde zijn). Overigens betekent een onvoldoende niet automatisch de toekenning van een herstelperiode.
  • Het panel maakt bij de beoordeling gebruik van een schaal: 1) Onvoldoende: ernstige tekortkomingen. 2) Voldoende: acceptabel niveau. 3) Goed: in volle breedte boven basiskwaliteit. 4) Excellent: (inter)nationaal voorbeeld. Zie ook Beoordelingskader, hoofdstuk 8 en beslisregels in hoofdstuk 9.

Uitgebreide opleidingsbeoordeling
Zonder (geslaagde) instellingstoets geldt voor opleidingen een uitgebreide beoordeling die bestaat uit 16 standaarden.

Uitgebreide opleidingsbeoordeling

De beoordelingsprocedure is vergelijkbaar met de Beperkte opleidings-beoordeling. De kritische zelfreflectie telt hier maximaal 40 pagina's en de visitatie duurt in beginsel twee dagen.

 
 

 


ZIE OOK

 NVAO: www.nvao.net met de Beoordelingskaders, Overgangsregelingen, eisen aan de Panelsamenstelling en een overzicht van Evaluatiebureaus (de voormalige VBI's)

 European Association for Quality Assurance in Higher Education (ENQA): www.enqa.eu

 Centraal Register Hogere Opleidingen (CROHO)

 Theo Douma, Accreditatie, oud en nieuw - Kwaliteitszorg Hoger Onderwijs in Nederland en Vlaanderen, SDU, 2009

 Accreditatie onderwijs (II) over Kritische zelfreflectie en voorbereiding op visitaties

 Onderwijskwaliteit

 Overzicht van alle onderwerpen op de Reflector-pagina

 

 
 
  Bijgewerkt: 30 september 2011 Disclaimer TOP