Het systeem van accreditatie is in 2002 ingevoerd voor het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo) - tegelijk met de introductie van het bachelor-master stelsel (BaMa) in het hoger onderwijs. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wil hiermee de basiskwaliteit van het hoger onderwijs meetbaar maken volgens internationaal vergelijkbare criteria. Hieronder komen aan de orde: [Toetsingskader] [Proces van accreditatie] [Management review/zelfevaluatie] [Audit/visitatie] [Afbreukrisico] [Vernieuwing stelsel in 2010]
Aan het accreditatiestelsel is een wettelijk toetsingskader verbonden dat voor alle opleidingen hetzelfde is. Het bestaat uit zes prestatie-onderwerpen die zijn onderverdeeld in 21 facetten.

Bij wet is de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) belast met het accrediteren van opleidingen.
- Door de NVAO erkende Visiterende en Beoordelende Instanties (VBI’s) beoordelen een opleiding op basis van dit toetsingskader. De opleiding stelt daartoe een management review (zelfevaluatie) op. Een auditcommissie van de VBI bestudeert de review en de (vaak vele) bijlagen. Vervolgens vindt er een audit (of visitatie) plaats op de instelling.
- De VBI legt de bevindingen vast in een rapportage. Op basis van de (positieve) VBI-rapportage vraagt de opleiding zelf haar accreditatie aan bij de NVAO. Wanneer de NVAO de conclusies uit het rapport voldoende onderbouwd vindt, volgt de felbegeerde accreditatie. Deze is zes jaar geldig. Anders dan bij het voormalige visitatiestelsel dat nu nog wordt afgebouwd, vindt er geen tussentijdse ‘monitoring’ plaats.
- In toenemende mate worden onderdelen van het toetsingskader op een hoger niveau getoetst, bijvoorbeeld de Voorzieningen of Kwaliteitszorg zoals die binnen de instelling 'standaard' zijn georganiseerd. Op die manier kan de opleiding zich meer op de inhoud richten. Uw VBI kan u nader informeren.
- Veel opleidingen doen tussentijds een interne audit om de stand van zaken op te maken en na te gaan wat er nog moet gebeuren om de latere accreditatie zeker te stellen.
- Bij de invoering van het accreditatiestelsel zijn de bestaande (erkende) hogere opleidingen opleidingen van rechtswege geaccrediteerd tot een bepaalde datum. Deze datum is opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (Croho). Bestaande opleidingen dienen tijdig een verlenging van hun accreditatie in gang te zetten. De uiteindelijke aanvraag op basis van het VBI-rapport moet uiterlijk 31 december voorafgaand aan het laatste geldige accreditatiejaar binnen zijn. Voor nieuwe opleidingen geldt een Toets Nieuwe Opleiding.
- Op de site van de NVAO zijn alle procedures te vinden. U treft er ook een overzicht aan van VBI's. Ook rapporten van beoordeelde opleidingen zijn hier (gratis) te downloaden.
In de management review doet de opleiding een zelfevaluatie op basis van het toetsingskader. De VBI-auditcommissie gebruikt deze review om zich een eerste beeld te vormen van de kwaliteit van de opleiding en vragen te verzamelen voor het auditgesprek:
- Voorbereiding - Bepaal vooraf met alle betrokkenen wat de sterke punten van de opleiding zijn en hoe deze in de review zullen terugkomen. Kijk ook naar risico's zoals die in voorgaande (interne) onderzoeken naar voren zijn gekomen. Betrek bij deze eerste inventarisatie zoveel mogelijk de personen die ook later de interne beoordeling zullen doen.
- Varianten - Ga goed na voor welke varianten (voltijd, deeltijd, duaal) de accreditatie moet worden aangevraagd. Bedenk dat alle bij het Croho aangemelde varianten positief beoordeeld moeten worden; het falen van de ene variant blokkeert de accreditatie van de rest.
- Schrijver - Kies één schrijver die de review namens het gehele opleidingsteam opstelt. Bespreek concepten in het gehele team. Het proces schrijven-bespreken-aanpassen is van belang als voorbereiding op de audit. Kies daarom niet voor een schrijver van buiten. Wanneer u het niet kunt opschrijven, kunt u het vaak ook niet goed vertellen.
- Eindredactie - Bepaal van te voren wie de eindredactie gaat doen. Daarvoor kunt u wel iemand van buiten het opleidingsteam inschakelen. Iemand die wel van de 'hoed en de rand' weet, maar van de details niet op de hoogte is. De eindredacteur loopt de review door op consistentie, taalgebruik en onduidelijkheden.
- Format - Werk volgens het format van het toetsingskader - daar moet de auditcommissie u op beoordelen. Breng eventuele speciale punten onder in dat kader. De commissie kan ze dan meenemen in de beoordeling van het betreffende facet.
- Maak de kringloop zichtbaar - U kunt bij elk facet kopjes opnemen voor Uitgangspunten, Uitvoering, Evaluatie en Verbeteracties. Zorg dat de uitgangspunten terugkomen bij uitvoering en evaluatie. Bij verbeteracties gaat u in op conclusies uit de evaluatie. U kunt ook vermelden dat er geen verbeteracties zijn, bijvoorbeeld omdat de evaluatie positief is óf omdat er nu nog geen prioriteit aan kan worden gegeven.
- Cijfers - In een zelfevaluatie behoren cijfers te zijn opgenomen van onderzoeken en evaluaties. Zorg ervoor dat deze bij het schrijven al beschikbaar zijn, zodat ze het betoog goed kunnen ondersteunen.
- Schrijfstijl - Ga in op het onderwerp van het betreffende facet. Presenteer u positief als bij een sollicitatiebrief: benoem de goede punten, maar overdrijf niet. Reageer niet defensief op het toetsingskader, maar geef meteen uw eigen motivatie. Dus niet: "Alhoewel het toetsingskader aangeeft dat, hebben wij ...".
- Bijlagen - De review dient zelfstandig leesbaar te zijn. Bijlagen zijn alleen bedoeld voor verdieping, referentie of bewijsvoering. Vermeld bijlagen in voetnoten en publiceer ze op een intranetsite waar u de commissie toegang voor geeft.
- Omvang - Houd het kort: maximaal 60 pagina's moeten voldoende zijn om te overtuigen. Een overdaad aan argumenten werkt tegen u. Beperk het aantal bijlagen ter referentie tot maximaal 20-30.
Tijdens de audit voert de VBI-auditcommissie gesprekken met medewerkers om het beeld en de bewijsvoering uit de management review aan te vullen of te verdiepen. Een goede auditcommissie is op zoek naar 'bewijzen van het goede' en u ondersteunt daarbij. De gesprekken vinden vaak plaats in de vorm van een groepsgesprek waarbij een aantal medewerkers van de opleiding vragen van het panel beantwoordt.
- Auditpanel en -programma - De VBI bepaalt uiteraard de samenstelling van het panel en de opzet van het programma. Maar het is ook uw audit! Kom dus ook zelf met voorstellen voor werkvelddeskundigen en het auditprogramma.
- Proefaudit - Het kan heel zinvol zijn vooraf een proefaudit te doen. De teamleden kunnen dan kennismaken de vraagstelling en de setting tijdens de audit.
- Kijken en luisteren - Kijk naar de commissie en ook naar uw collega teamleden. Blijf alert - ook wanneer er geen vraag aan u wordt gesteld. Alleen dan kunt u elkaar goed aanvullen.
Houding - Het toepassen van tips voor een goede houding kunnen geforceerd werken. Maar bedenk dat wanneer iedereen met de armen over elkaar achterover gezakt zit, er iets niet goed gaat in het gesprek. Doorbreek dat patroon door zelf een andere houding aan te nemen.
- Geef voorbeelden - Meestal ontbreekt het bij opleidingen niet aan goede bedoelingen en ambities. De commissie wil daarom graag voorbeelden horen. Geef ze vanuit uw eigen ervaring, of - wanneer u die niet heeft - uit de ervaring van anderen. Zijn er nog geen resultaten van ingezet verbeterbeleid, geef dan de ontwikkeling aan die de opleiding voor ogen staat.
- Regie in het team - Bepaal van te voren wie van de collega's de regie neemt bij bepaalde onderwerpen of wanneer er stiltes vallen.
- Maak u sterk - Bedenk van te voren welke twee sterke punten u in ieder geval naar voren wilt brengen. Net als bij een sollicitatiegesprek. Natuurlijk toont u respect voor de vragen van de commissie, maar probeer altijd een 'haakje' te vinden om uw sterke punten naar voren te brengen. Wanneer u enthousiast bent, gaat u gewoon door. Zonodig roept de commissie u wel tot de orde.
- Wees assertief - Wanneer u een gevraagd voorbeeld niet kunt geven, vraag dan of een ander voorbeeld ook mag. Om maar eens iets te noemen. Zie ook: Help: ik word geaudit!.
- Rapportage - Na afloop van de audit ontvangt u het concept rapport van de VBI. Neem het rapport goed door en ga na of u de onderbouwing van de beoordelingen overtuigend vindt. Bedenk dat de NVAO zich zelfstandig een oordeel vormt. Het komt voor dat de NVAO een voldoende beoordeling van de VBI niet accepteert en er een nader onderzoek nodig is. Dat is erg vervelend en brengt weer extra tijd en kosten met zich mee.
Het afbreukrisico van niet-slagen is groot: zonder accreditatie heeft een opleiding geen recht op bekostiging door de overheid, hebben studenten geen recht op studiefinanciering en is het niet mogelijk studenten toe te laten of titels te verstrekken. In de praktijk blijkt dít risico wel mee te vallen omdat er meestal een reparatieperiode beschikbaar is. Imagoschade bij onvoldoendes - die als een lopend vuurtje rondgaan in het hoger onderwijs - is er wel.
Accreditatie heeft het onderwerp kwaliteit onmiskenbaar op de agenda’s van directies, management en docententeams geplaatst - iets waar kwaliteitsmanagers uit andere sectoren jaloers op kunnen zijn. Het (vermeende) grote afbreukrisico heeft wel zijn eigen dynamiek: opleidingen zijn geneigd zich geheel te richten op het toetsingskader dat lang niet altijd recht kan doen aan hun eigen profiel. Voor management reviews worden soms externe en ervaren schrijvers gezocht. Audits worden zó goed voorbereid en geregisseerd dat de commissie een vertekend beeld van de werkelijkheid krijgt.
Het is aan de opleidingen zelf om hun accreditatieproces zó in te richten dat het succes vooral is gebaseerd op een inhoudelijke gedachtewisseling over de 'stand van zaken' en een volgende stap naar nog beter onderwijs. Wanneer de betrokken docenten en medewerkers het idee hebben dat er een 'kunstje' is opgevoerd, levert de accreditatie weliswaar een 'goedkeuring' op maar gaat men daarna weer over tot de orde van de dag (zie ook Het model voorbij). Kom dan nog maar eens langs om over kwaliteit te praten ...
Het huidige stelsel is met ingang 2003 formeel ingevoerd. Uit de evaluatie blijkt dat het stelsel een goede impuls heeft gegeven aan de kwaliteitszorg bij opleidingen. Er zijn ook verbeterpunten. Het nieuwe stelsel vanaf 2010 moet minder 'administratieve last' met zich meebrengen en meer nadruk leggen op de inhoud en het niveau van de opleiding. Bijzonderheden van het nieuwe stelsel zijn:
- Instellingsaudit - Hogescholen en universiteiten kunnen een audit laten uitvoeren waarbij ze worden beoordeeld op: visie en doelstellingen, beleid en middelen, managementinformatie, realisering van doelstellingen, systematisch verbeteren, en hun organsiatie- en beslissingsstructuur. Wanneer deze audit met een postief resultaat wordt afgesloten, krijgt de instelling de status van 'verdiend vertrouwen'.
- Verlicht regime voor opleidingen - Opleidingen van een instelling die de status heeft van 'verdiend vertrouwen' komen in een verlicht regime: zij hoeven dan op een beperkter aantal (inhoudelijke) criteria hun kwaliteit aan te tonen.
- Gewoon regime voor opleidingen - Wanneer een instelling de instellingsaudit niet met een positief resultaat kan afsluiten óf niet voor een instellingsaudit kiest, geldt voor de betreffende opleidingen geen verlicht regime.
In 2009 worden de resultaten van pilots geëvalueerd en wordt de definitieve wetgeving met de bijbehorende toetsingskaders vastgesteld. Er worden toetsingskaders ontwikkeld voor een instellingsaudit, een opleiding in verlicht regime, en een opleiding in een normaal regime. |